Opbrengstgericht werken in het SO
In de SO-school cluster 4 De Archipel in Rotterdam loopt een traject om op basis van toetsresultaten de leeropbrengsten te verhogen. Conclusies zijn er nog niet, wel discussiepunten.
Impressie van de workshop ‘Opbrengstgericht adviseren’ door Vera Duijnhouwer (CED-Groep) en schoolleider Piet van Genderen van De Archipel in Rotterdam, conferentie ‘Van onderwijsadvies naar onderwijsopbrengsten’, Nieuwegein, 4 juni 2009.
Door opbrengstgericht en datagestuurd te werken, kun je, door gericht in tezetten op de juiste aandachtsgebieden, de kwaliteit van je onderwijs verhogen. Dat is de overtuiging van CED-Groep-adviseur Vera Duijnhouwer. Met dit uitgangspunt is het Rotterdamse adviesbureau CED-Groep het project ‘Robuust’ gestart op de scholen voor Speciaal Onderwijs in Rotterdam, waaronder cluster-4-school De Archipel. In de workshop staat De Archipel centraal.
Robuust Het project ‘Robuust’ houdt in dat meetbaar wordt gemaakt hoe de leeropbrengsten verbeteren door verbeteracties. Binnen het Speciaal Onderwijs is het niet gebruikelijk om toetsresultaten daarvoor in te zetten. Het werken met data wordt daarom stapsgewijs ingevoerd. Aan het project werken in totaal 21 scholen voor Speciaal Onderwijs mee.
Toetsen Piet van Genderen: “De school had drie jaar geleden een dramatisch inspectierapport. Het was wel gezellig en sociaal, maar er werd vooral gespeeld en te weinig geleerd. Leren en resultaten verwachten betekent doelen stellen. Leerkrachten waren bang dat de leerlingen daarvan gefrustreerd raken waardoor de sfeer op school zou verslechteren.” Maar Piet voerde toch de ‘Cito-toetsbatterij’ in. Dat ging niet meteen goed. “Collega’s namen bijvoorbeeld de drieminutentoets in vier minuten af, of ze deden hem twee keer om een beter resultaat te halen. We hebben daarom veel gepraat. Het gaat er niet om dat we de leerkracht afrekenen op het resultaat. Het gaat erom hoe we de resultaten gaan verbeteren.”
Oorzaak en oplossing De toetsscores die behaald worden zijn een resultaat van het onderwijs dat de leerlingen geboden wordt. Verschillende elementen spelen daarbij een rol, zoals leerlingkenmerken, effectieve leertijd, het werken met een instructiemodel of de gekozen methode. “Aan de hand van de toetsresultaten bespreken we die factoren. Daar kun je op sturen in de klas. De effectieve leertijd kan je uitbreiden. Er is op De Archipel ook een nieuwe methode ingevoerd en leerkrachten worden getraind in het verbeteren van de instructievaardigheden.”
Normen Onderliggend aan het traject ‘Robuust’ is het stellen van normen, zegt Vera. “In het Rotterdamse onderwijsverslag zie je het Speciaal Onderwijs niet terug. Dat willen we veranderen. We willen normen aanbrengen. Wat is een geschikte norm voor cluster 4 en hoe gebruik je die? Dat zijn we aan het uitzoeken.”
Ambities bijstellen Er ontstaat discussie over normen: die zijn gebaseerd op de schoolkenmerken. De ambitie moet natuurlijk zijn de landelijke norm te benaderen. “Vera: “Je hebt een eigen norm. Daar ga je op sturen. Waar wil je naartoe? Hoeveel van de achterstand ga je inlopen in hoeveel tijd?” Piet vult aan: “We willen dat kinderen aan het eind van groep 6, begin groep 7 lezen op niveau AVI 9. Dat halen we niet. Nu stellen we de ambitie bij, maar dat is een worsteling.” Een ander punt is de vraag welke acties je inzet. Vera: “Waar zit het knelpunt? Leertijd? Leerstofaanbod? Pedagogisch klimaat? Dat is vaak nattevingerwerk. Dat is niet erg, als er maar een rationele reden is om op dit punt in te grijpen. Niet zeggen: we hebben al zo lang niks gedaan aan het pedagogisch klimaat, laten we dat eens gaan doen.” Een van de deelnemers merkt op dat het bijstellen van doelen gevaarlijk is. “Gooi niet je hoge ambities weg!” Vera legt uit dat uit dat het project ervoor kiest ambities te stellen door steeds reële stappen te zetten. Zo zijn de verbeteringen in leeropbrengsten haalbaar en kunnen gevierd worden, maar blijf je ambitieus in je gestelde doelen.
Scores omlaag De Archipel toetst tweemaal per jaar, in januari en in juni, op taal en rekenen. De grafieken die dat oplevert laten zien dat op de toetsen in juni lager wordt gescoord dan in januari. Dat is vreemd. Voorlopig zijn er twee mogelijke verklaringen: er is iets aan de hand met de toets in juni, of de tweede helft van het schooljaar wordt minder effectief benut. Piet: “Er worden doelen opgenomen in de handelingsplannen van de leerlingen. Daar wordt halverwege het schooljaar naar gekeken. Het kan zijn dat als de leerling het goed doet, de leraar achteroverleunt, omdat de doelen al bijna gehaald zijn.” Een deelnemer suggereert dat men in het voorjaar mogelijk meer naar buiten gaat, maar Piet zegt dat dat niet meer voorkomt.
Teambespreking? Vervolgens ontstaat er discussie over de bespreking van de resultaten. De deelnemers reageren verdeeld op de aanpak van Piet om de toetsresultaten individueel met leerkrachten bespreken. Sommigen denken dat een groep juist een veilige omgeving is om in het algemeen de dip in de tweede helft van het schooljaar aan de orde te stellen. “Het team vindt het heerlijk, het geeft duidelijkheid.” Of de resultaten nu individueel of in teamverband worden besproken, de discussie over leeropbrengsten is altijd een winst.
Projectbureau Kwaliteit, juni 2009
www.cedgroep.nl/onderzoek-en-ontwikkeling
De beschrijving van het project Robuust op de website van CED-Groep
|