Basisonderwijs  
School aan zet
Doorlopende leerlijnen taal en rekenen

expertgroep doorlopende leerlijnen ‘Over de drempels met taal en rekenen’ is de titel van het advies over doorlopende leerlijnen en referentieniveaus. Het advies is op 23 januari aangeboden aan de bewindslieden van OCW en toegestuurd aan alle scholen.
U kunt het rapport ook downloaden via onderstaande link.
 
Over de drempels met taal en rekenen

De Expertgroep Doorlopende leerlijnen taal en rekenen-wiskunde’ o.l.v. Heim Meijerink werkte vanaf februari 2007 aan het advies, bijgestaan door drie werkgroepen voor taal, rekenen-wiskunde en de lerarenopleidingen. 

Doel van het advies is versterking van de doorlopende leerlijnen taal en rekenen-wiskunde vanaf het primair tot aan het hoger onderwijs. Speciale aandacht is er voor de overgang tussen schooltypen en de te verwachten kwaliteiten van binnenstromende leerlingen in het volgende, ontvangende schooltype.

Voor drie referentieniveaus is een inhoudelijke beschrijving ontwikkeld: voor de leeftijd van omstreeks twaalf, zestien en achttien jaar. Ieder referentieniveau kent een basisniveau, waaraan alle leerlingen moeten voldoen, en een streefniveau voor zoveel mogelijk leerlingen.

In de eindrapportage van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen komt de Expertgroep tot de volgende aanbevelingen aan de bewindslieden van het ministerie van OCW:

Hoofdaanbevelingen
A.   Voer onze niveaubeschrijvingen in.
B.   Geef prioriteit aan basiskennis en basisvaardigheden voor taal en rekenen (dat betekent bijvoorbeeld inoefenen en onderhouden).
C.   Investeer in voorwaarden (scholing, tijd, middelen) om niveauverhoging te bereiken.

Naast de hoofdaanbevelingen doet de Expertgroep een aantal algemene aanbevelingen.
Ook zijn er concrete aanbevelingen met betrekking tot Taal, Rekenen, de Lerarenopleidingen en Zorgleerlingen.


Algemene aanbevelingen
Taal
Rekenen
Lerarenopleidingen
Zorgleerlingen

Algemene aanbevelingen
-  Stel de beschreven referentieniveaus in een sectoroverstijgend document vast en schrijf ze voor en zet in op continue kwaliteitsbewaking, zowel op landelijk niveau als op het niveau van de school. 

- Stimuleer extra inspanningen en bied in bepaalde gevallen extra onderwijstijd. Prioriteit geven aan taal en rekenen betekent meer of intensievere instructie, en voor bepaalde leerlingengroepen meer onderwijstijd in deze vakken.

- Stimuleer dat de school een integraal taal- en rekenbeleid voert, met operationele doelen en een aanpak gericht op interne en externe aspecten.

- Zorg dat diverse vormen van nascholing beschikbaar komen, nascholing gericht op de eigen taal- en rekenvaardigheden van de docenten, gericht op het verbeteren van het aanleren van taal- en rekenvaardigheden door de leerlingen, alsmede gericht op coördinerende activiteiten binnen het taal- en rekenbeleid, en stimuleer scholen en docenten van dit aanbod gebruik te maken. 

- Start, vooruitlopend op spoedige wettelijke voorschriften, pilots waarin scholen op onderdelen succeservaringen kunnen opdoen.

- Laat voor het primair onderwijs een eindtoets ontwerpen voor 1F- en 1S-niveaus, eventueel bij of in de bestaande eindtoetsen voor het primair onderwijs, en onderzoek de mogelijkheid deze eindtoets te verplichten voor alle leerlingen.

- Zorg ervoor dat in het voortgezet onderwijs (vmbo, havo, vwo) de doorstroomrelevante onderdelen uit het taal- en rekenonderwijs op de diverse niveaus worden getoetst, hetzij als voorwaarde voor deelneming aan het centrale examen, hetzij als onderdeel van het centraal examen, dan wel van het schoolexamen.

- Kom voor het mbo voor de onderdelen taal en rekenen tot een vorm van centrale examinering. Deze vorm van centrale examinering moet de mogelijkheid bieden om aan te sluiten bij de competentiegerichte kwalificatiestructuur en de diverse onderwijskundige aanpakken van de instellingen.

- Een eerste stap in deze toezichtssystematiek is dat de scholen zich in deze verantwoorden. Laat de Inspectie inzichtelijk maken wat de bijdrage is van scholen aan de prestaties van leerlingen. Deze zogeheten toegevoegde waarde wordt afgezet tegen gemiddelden van groepen scholen met overeenkomstige kenmerken.

- Richt een agentschap in dat over de sectoren heen de implementatie van referentieniveaus bevordert, door onder meer:
·          ondersteuningsaanbod te entameren en te organiseren,
·          scenario's te ontwikkelen voor effectieve vormgeving van taal- en rekenonderwijs,
·          implementatievragen van de scholen te expliciteren en te laten beantwoorden,
·          communicatie, ook tussen de sectoren, te verzorgen,
·          activiteiten binnen de sectoren te stimuleren en te coördineren,
·          de voortgang te monitoren,
·          te adviseren bij het opstellen en uitvoeren van sectorale regelgeving.

Taal
- Verbeteren van de niveaubeschrijvingen
De komende jaren moeten onze niveaubeschrijvingen op basis van nadere analyses en onderzoek worden verbeterd.

- Verbeteren van didactische situaties
Om een hoger niveau te kunnen bereiken moeten de didactische voorwaarden worden verbeterd.

- Verbeteren van taalzorg
De taalzorg dient in het onderwijs verbeterd te worden door een gericht taalbeleid in de scholen, door taalgericht vakonderwijs, door lessen Nederlands in het beroepsonderwijs en door centrale examinering.

- Aandacht voor leeszorg
In de verschillende fasen van de schoolloopbaan moet de leesvaardigheid gepaste aandacht krijgen.

- Invoering
Bij de implementatie moet er ruimte zijn voor
Ÿ         taalspecifieke pilots,
Ÿ         een bovensectorale regeling waarop herziening van kerndoelen, eindtermen en eindexamens worden gebaseerd,
Ÿ         een monitorsysteem om de leerwinst van leerlingen in hun doorlopende leerlijn vast te stellen (een longitudinaal PPON-onderzoek).

- Uitbreiding niveau-indeling
De niveaubeschrijvingen dienen een vervolg te krijgen in
Ÿ         beschrijvingen van de leerstoflijnen van de niveaus,
Ÿ         niveaubeschrijvingen binnen hbo en wo.

Rekenen
- Gedifferentieerde benadering
Met behoud van de aandacht voor leerlingen voor wie het algemeen maatschappelijk niveau 1F-2F-3F het natuurlijk plafond is, moeten meer leerlingen op het hogere niveau 1S-2S-3S gaan presteren dan nu het geval is.

- Niveauverhoging primair onderwijs
Het primair onderwijs is funderend onderwijs en moet alle leerlingen de kans bieden op een solide basis voor de verschillende daarop volgende leerroutes. Er is een stevige krachtsinspanning nodig om het gewenste hogere niveau op de aangegeven zwakke punten in de kwaliteit van de opbrengst van het primair onderwijs te bereiken. 

- Onderzoek naar onderwijspraktijk primair onderwijs
Voor de verklaring van de gesignaleerde verslechteringen en magere resultaten op onderdelen in het peilingsonderzoek PPON2004 is nader onderzoek noodzakelijk naar wat en hoe er in de praktijk van het primair onderwijs wordt onderwezen.

- Peilingsonderzoek naar opbrengst voortgezet onderwijs
Analoog aan PPON voor het primair onderwijs is het wenselijk om ook voor het vo een langlopende peilingsonderzoek op te zetten om betrouwbare informatie te verkrijgen over de opbrengst voor de basisvaardigheden taal en rekenen.

- Paraat hebben
Een duidelijk te benoemen fundament aan begrippen, rekenfeiten, automatismen, routines, moet worden geconsolideerd en verankerd. In de praktijk van het onderwijs moet meer expliciet werk worden gemaakt van het systematisch consolideren en oefenen totdat het gewenste beheersingsniveau van paraat hebben is bereikt.

- Gebruiken in andere leergebieden
Het gebruiken en onderhouden van basisvaardigheden op het gebied van het rekenen&wiskunde moet voor een belangrijk deel plaats vinden tijdens het toepassen in andere leergebieden en praktijksituaties. De aanpak die in rekenen & wiskunde is aangeleerd moet bij de docenten van andere vakken bekend zijn en zoveel mogelijk worden gebruikt.

- Verdiepen
Rekening houden met verschillen houdt voor rekenen & wiskunde ook in dat de leerlingen die beter kunnen abstraheren, formeel manipuleren en generaliseren dan de modale leerlingen in hun onderwijsgroep door het verdiepen worden uitgedaagd om in de beschikbare tijd hun plafond te benaderen.

- Onderhouden in onderbouw havo-vwo
Bij de overgang van het primair onderwijs naar havo-vwo sluiten van beide kanten de leerlijnen rekenen & wiskunde niet goed aan. In de onderbouw havo-vwo wordt niet meer systematisch gewerkt aan het onderhouden en uitbreiden van de verworven kennis en vaardigheden op het gebied van het rekenen. Op basis van de referentieniveaus moeten in nationaal en regionaal overleg tussen scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs die leerlijnen worden geharmoniseerd.

- Rekenen & wiskunde voor alle leerlingen vmbo
Alle leerlingen moeten minimaal het basale referentieniveau 2F (burgerschapsniveau) bereiken, wat kan worden gerealiseerd door ze minimaal het examenprogramma wiskunde in vmbo bb en kb te laten volgen. 

- Herstel leerlijnen in het mbo
Overeenkomstig de voorstellen in het Raamwerk rekenen-wiskunde mbo en de door ons beschreven referentieniveaus 2F en 3F moet op korte termijn begonnen worden met het herstel van de ongewenst afgebroken of onderbroken leerlijnen in het mbo. 

- Uitstroomniveau mbo en instroomniveau hbo
In lijn met de voorstellen in het Raamwerk rekenen-wiskunde mbo verdient het aanbeveling om alle mbo-leerlingen minimaal het referentieniveau 2F te laten bereiken en onderhouden. Het uitbreiden van referentieniveau 2F naar 3F geeft een voldoende kennisbasis voor de instroom in het grootste deel van het hbo.

- Instroom pabo
Voor instroom in de pabo is het wenselijk een module Voortgezet Rekenen in mbo en havo te doen ontwikkelen, die opleidt tot een referentieniveau 3S dat beginnende pabostudenten een stevige vakinhoudelijke basis verschaft.

- Ambitie referentieniveaus 1F en 1S
Ÿ         Het percentage leerlingen dat minimaal het referentieniveau 1F behaalt moet toenemen van 75% naar 85%.
Ÿ         Het percentage leerlingen dat minimaal het referentieniveau 1S behaalt moet toenemen van 50% naar 65%.

- Niet halen van de fundamentele kwaliteit 1F
De ambitie van de Expertgroep is dat meer leerlingen de fundamentele kwaliteit 1F zullen behalen dan nu het geval is. Voor de groep leerlingen die vanaf groep 6 in de ontwikkeling van hun rekenvaardigheid stagneert, moet een afzonderlijk leertraject worden ontwikkeld.

- Functionele situaties
Het is wenselijk om met name in het mbo een ontwikkelingsproject uit te voeren, waarin de functionele situaties in maatschappij en beroep het startpunt zijn voor de ontwikkeling van burgerschapscompetenties, waarin de basisvaardigheden uit rekenen&wiskunde een rol kunnen spelen.

Lerarenopleidingen
- Stel voor pabo's en tweedegraads lerarenopleidingen als instroomeis voor taal en rekenen & wiskunde het basisniveau van het derde referentieniveau (3F, mbo4/havo) vast. 

- Pabo's en tweedegraads lerarenopleidingen ontwikkelen in samenwerking met het onderwijsveld en externe inhoudsdeskundigen een gemeenschappelijk eindniveau voor taal en rekenen & wiskunde. De opleidingen toetsen het eindniveau zelf en zij nemen voor borging van de kwaliteit externe deskundigheid in examencommissies op.

- Neem in de bekwaamheideisen de referentieniveaus voor taal en rekenen & wiskunde op. 

- Pabo's en tweedegraads lerarenopleidingen hanteren civiel erkende specialisaties, waarbij de brede bevoegdheidsverklaring blijft bestaan, maar de activering van een omschreven bevoegdheidsgebied wordt gekoppeld aan een specifiek certificaat. De mogelijkheid dat docenten zich door aanvullende scholing certificeren voor de andere specialisaties binnen hun bevoegdheid wordt ondergebracht in een geaccrediteerd stelsel van nascholing. Het mastertraject kan ook ingezet worden als vorm van gecertificeerde nascholing, waarmee een (startbekwame) docent zich verder kwalificeert. 

Zorgleerlingen
- Onderzoek welke consequenties de referentiebeschrijvingen hebben voor deze groepen en welke ondersteunende activiteiten kunnen worden ingezet om de referentiebeschrijvingen zo veel mogelijk binnen het bereik van deze leerlingen te krijgen.

- Stimuleer scholen tot het vroegtijdig signaleren, interveniëren, en tot het uitbreiden en expliceren van de instructie, waarbij zowel het voorschools toetsen en het toetsen op het niveau van groep 3 en groep 5/6 een belangrijk hulpmiddel zijn. 

- Maak voor een beperkte groep leerlingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo extra middelen vrij waarmee scholen instrumenten kunnen inzetten die het voor deze leerlingen mogelijk maken belangrijke delen van de referentiebeschrijvingen te behalen.

- Onderzoek welke referentiebeschrijvingen haalbaar zijn, eventueel na een conversie voor leerlingen die grote moeite hebben met het leren. Zet op de uitkomsten van dit onderzoek ontwikkelings- en ondersteuningsmaatregelen in.
© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact