Basisonderwijs  
School aan zet
Warme overdracht po - vo

overgangpovo Overgang povo
De website Overgangpovo.nl helpt scholen, leerlingen en ouders bij de overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs. Want deze is voor leerlingen die extra aandacht behoeven nog groter dan voor anderen.

Povo-kijkwijzer
Met de Povo-kijkwijzer krijg je als manager of coördinator in het primair en voortgezet onderwijs zicht op de kwaliteit en reikwijdte van de activiteiten in het kader van de overgang.
De Povo-kijkwijzer bestaat uit vier onderdelen die u op verschillende manieren kunt inzetten.
Lees meer over de kijkwijzer

Projectplan

Op verzoek van het onderwijsveld heeft OCW het po Platform Kwaliteit en Innovatie en de vo-raad gevraagd een projectplan op te stellen gericht op de overdracht tussen primair en voortgezet onderwijs. De vraag is ontstaan naar aanleiding van een door OCW geïnitieerd afstemmingsoverleg po - vo. Besloten is dat er een onderzoek naar goede voorbeelden van warme overdracht wordt uitgevoerd. In maart 2007 stond het onderwerp op de agenda van de Leerling- en ouderkamer en in april is een expertmeeting georganiseerd, waar e.e.a. werd gestaafd aan de ideeën van experts en vertegenwoordigers van beide sectoren. Het accent ligt op de manier waarop scholen voor po en vo die overdracht in de praktijk vorm en inhoud kunnen geven.

Hieronder vindt u het projectplan van het po Platform en de vo-raad. Het beschrijft de ontwikkelingen en noodzaak van een betere afstemming, de opzet en de planning.


Ontwikkelingen
Opzet
Onderzoek naar goede praktijken
Ontwikkelen strategische kijkwijzer
Verspreiding naar het onderwijsveld
Planning
Contact

Ontwikkelingen
M_overgangpovo3 De aansluiting tussen het primair en voortgezet onderwijs is al lange tijd punt van aandacht. De inspectie stelt in haar rapport[1] over deze aansluitingsproblematiek vast dat een deel van de leerlingen na verloop van tijd niet meer op de plaats zitten die op grond van de adviezen en Cito-scores vanuit het basisonderwijs was gegeven. Volgens de inspectie zit in het derde jaar van het voortgezet onderwijs een kwart van de leerlingen niet meer op het adviesniveau. Iets meer dan de helft van die groep is doorgestroomd naar een hoger niveau en iets minder dan de helft naar een lager niveau. Daarnaast blijft 3% van de leerlingen zitten in het eerste of tweede jaar. De grootste problemen doen zich voor in de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Daar zit 55% van de leerlingen nog op het niveau van het advies. In de overige onderwijssoorten zit 80% op het niveau van het advies van de basisschool.

De inspectie heeft voor deze plaatsingsproblemen een aantal verklaringen. Ten eerste noemen zij de onvoldoende aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs op het gebied van onderwijsinhoud en pedagogisch didactische aanpak. De afstemming tussen basis- en voortgezet onderwijs op dit punt is volgens de inspectie lastig omdat scholen voor voortgezet met heel veel basisscholen te maken kan hebben. In dit kader wijst de inspectie expliciet op problemen die er zijn wat betreft de informatieoverdracht van leerlingen met leer en/of gedragsmoeilijkheden. Ten tweede noemt de inspectie als oorzaak het feit dat veel leerkrachten in groep 8 van het basisonderwijs niet op de hoogte zijn van de inrichting van het vmbo. Hierdoor maken ze verkeerde inschattingen bij hun advies. Ten derde noemt de inspectie de kwaliteit van het voortgezet onderwijs als een oorzaak. Op zo’n tiende deel van de vestigingen blijft meer dan 10% zitten in de eerste twee jaren of stroomt meer dan 20% van de leerlingen af naar een lager onderwijstype. Op deze vestigingen is volgens de inspectie de kwaliteit van het onderwijs lager dan op vestigingen waar het percentage zittenblijvers en afstromers lager is. De opbrengsten van deze scholen zijn lager, de onderwijsactiviteiten hebben minder structuur, de (werk)omstandigheden zijn minder ordelijk, de leerlingen zijn minder betrokken bij het onderwijsproces en het pedagogisch klimaat en de veiligheid zijn er minder goed.

De inspectie adviseert zowel scholen voor primair als voortgezet onderwijs om de schoolloopbanen van hun leerlingen in het voortgezet onderwijs beter te analyseren, zodat ze daar informatie aan kunnen ontlenen om de kwaliteit van hun adviezen en de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren.

Naast de inspectie heeft ook KPC groep recentelijk een studie[2] uitgevoerd naar transitiemomenten in het onderwijs. In dat rapport wordt vastgesteld dat er sprake is van grote diversiteit tussen scholen en regio’s. Ook stellen zij dat de samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs vooral voort lijkt te komen uit de problematiek rond de overgang van zorgleerlingen. Veelal wordt bij de overgang van zorgleerlingen volstaan met overdracht van gegevens, terwijl volgens KPC groep deze leerlingen beter gebaat zouden zijn bij een goede relatie tussen de schoolsoorten, warme overdracht van gegevens en goede doorlopende leerlijnen in pedagogische en didactische zin.

KPC groep stelt dat niet duidelijk is wie de regie heeft bij de overgang van zorgleerlingen. De manier waarop het gebeurt, is sterk afhankelijk van individuele manier van werken en de individuele contacten. KPC groep constateert dat ouders in de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs geen rol van betekenis spelen.

Tot slot wordt in het rapport opgemerkt dat kennis van goede praktijken, van de samenhang van de verschillende factoren die een rol spelen in het aansluitingsproces een meerwaarde heeft om beleid te formuleren ter verbetering van de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs.

Kortom, uit de beschikbare onderzoeken wordt duidelijk dat de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs beter kan. Dat geldt in algemene zin, gezien de uitstroom naar lagere of hogere vormen van onderwijs en gezien het aantal zittenblijvers. Specifieke aandacht in dat overgangsproces is nodig voor zorgleerlingen. Oorzaken liggen op verschillende gebieden. Zo is gewezen op de afstemming van leerstof en pedagogisch didactische processen, de kennis in het primair onderwijsveld van de leerwegen in het vmbo, de kwaliteit van het onderwijs in de scholen voor voortgezet onderwijs, de manier van overdragen van gegevens van leerlingen en de toevalligheid van individuele contacten. De kwaliteit van de aansluiting moet omhoog. Mogelijkheden daartoe zijn het beter volgen van de schoolloopbaan van leerlingen en het verzamelen van voorbeelden waarin de vaak complexe samenhang van de verschillende factoren duidelijk worden, zijn twee aanbevelingen die zijn gedaan in de onderzoeken. Op grond van de informatie die uit die beide lijnen, volgen van de schoolloopbaan en beschrijven van voorbeelden, naar voren komt, zouden scholen de kwaliteit van de aansluiting moeten gaan verbeteren.


[1] Inspectie van het Onderwijs (mei 2007). Aansluiting voortgezet onderwijs op het basisonderwijs. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.

[2] Rutten, M, M. Amsing en M. Bosch (2007). Transitiemomenten in het onderwijs. Den Bosch: KPC groep.

Opzet
Het projectplan sluit aan bij beide aanbevelingen. Centraal daarin staan:
1 de vraag naar goede praktijkvoorbeelden waarin de complexiteit in de aansluiting naar voren komt
2 een strategische kijkwijzer om vast te kunnen stellen wat de stand van zaken is op het gebied van de aansluiting, die doorverwijst naar de good practices en op grond waarvan een school of scholen kunnen besluiten verbetertrajecten op te zetten en uit te voeren.

Een van de onderdelen die daarin zeker wordt meegenomen, betreft het volgen van de schoolloopbaan van de leerlingen.

Er zijn al veel praktijkbeschrijvingen gemaakt rond de overgang po - vo sec. Essentieel voor dit onderzoek en de praktijkbeschrijvingen is dat de overdrachtsvorm (warme en koude overdracht) gezet wordt naast de kwaliteit van het onderwijs in vo (doorstroom en afstroomgegevens), doorgaande leerlijnen po - vo en de kennis van het basisonderwijs over vo bij advisering door het po. Dit levert uitspraken op over de toegevoegde waarde en de effectiviteit van de gekozen overdrachtsvorm.

Het plan stelt voor drie activiteiten uit te voeren:
1 Onderzoek naar goede praktijken
2 Ontwikkelen strategische kijkwijzer
3 Verspreiding naar het onderwijsveld

Deze drie activiteiten worden hieronder kort uitgewerkt.

Onderzoek naar goede praktijken
In het onderzoek wordt een aantal mensen uit het onderwijsveld en onderwijsorganisatie/educatieve instellingen bevraagd. Daarnaast vindt actie-onderzoek in een aantal locale/regionale contexten plaats.

Centraal staan drie vragen:
1 Wat is er aan goede praktijken, voorbeelden en ontwikkelingen beschikbaar?
2 Wat is er volgens het onderwijsveld nog nodig om een verantwoorde en zorgvuldige overgang po-vo te realiseren en te borgen?
3 Wat moet er de komende periode met prioriteit worden ontwikkeld?

De antwoorden op deze vragen leveren de input voor het onderzoek naar goede praktijken.

Het onderzoek zal worden uitgevoerd door de KPC groep. Een begeleidingscommissie wordt gevormd, bestaande uit een vertegenwoordiger uit het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, ouderorganisaties en OCW.

Het onderzoek levert een overzicht van de actuele en relevante stand van zaken, veelbelovende ontwikkelingen en voorbeelden en aandachtspunten voor het vervolg.

De kijkwijzer kan worden gebruikt om op locaal (eventueel regionaal) niveau de kwaliteit van po-vo overgang in kaart te brengen. Op grond van de analyse kunnen verbeteringen worden gekozen. De analyse kan worden gemaakt door bijvoorbeeld een VO-school i.s.m. (enkele van) haar toeleveranciers. De analyse kan ook in breder verband worden gemaakt, bijvoorbeeld door de leden van een regionaal samenwerkingsverband.

Ontwikkelen strategische kijkwijzer
Er wordt een strategische kijkwijzer ontwikkeld, die tot doel heeft vast te stellen wat de kwaliteit van de overdracht tussen primair en voortgezet onderwijs is. Dit instrument moet zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs toepasbaar zijn. Op grond van de analyse kunnen verbeteringen worden gekozen. De analyse kan worden gemaakt door bijvoorbeeld een VO-school i.s.m. (enkele van) haar toeleveranciers. De analyse kan ook in breder verband worden gemaakt, bijvoorbeeld door de leden van een regionaal samenwerkingsverband.

Voorgesteld wordt aan te sluiten bij ZEK, een methodiek voor kwaliteitszorg met een accent op leerlingenzorg. Dit instrumentarium wordt inmiddels zowel in primair, voortgezet als speciaal onderwijs toegepast. ZEK vo valt onder de verantwoordelijkheid van de vo-raad en ZEK po onder de verantwoordelijkheid van het Po Platform Kwaliteit en Innovatie. Het voorstel is de ontwikkelaars van ZEK te vragen in samenwerking met KPC groep en het scholenveld een module te ontwikkelen die specifiek is gericht op de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Dit gebeurt in nauwe afstemming met het onderzoekstraject, omdat de module moet leiden tot een gefundeerde doorverwijzing naar de good practices.

Verspreiding naar het onderwijsveld
De opbrengsten van het project, dat wil zeggen de good practices en de strategische kijkwijzer worden verspreid onder alle scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Dat gebeurt via drie lijnen:

- de websites van het po Platform, de vo-raad en de website voor ZEK;
- de reguliere schriftelijke kanalen van de betrokken organisaties
- conferenties die ‘op de rol staan’, zoals de conferentie Lunteren georganiseerd door Po Platform Kwaliteit en Innovatie/WSNS+, conferenties die zullen worden gepland rond Passend onderwijs. Tijdens die conferenties worden er een aantal workshops voor dit thema geprogrammeerd.

Planning
De volgende planning wordt gevolgd:

Onderzoek naar goede praktijken : oktober 2007 tot en met januari 2008
Ontwikkelen strategische kijkwijzer : november tot en met maart 2008
Verspreiding naar het onderwijsveld : februari tot en met juni 2008

Contact
Marco Bosch, KPC Groep
Gea Spaans, Po Platform Kwaliteit en Innovatie
Jessica Tissink, Vo Raad
En namens de ouderorganisaties: Rein van Dijk, Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO)
m.bosch@kpcgroep.nl
gea.spaans@planet.nl
jessicatissink@vo-raad.nl
r.vandijk@voo.nl
www.overgangpovo.nl
© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact