Basisonderwijs  
School aan zet
Verslag van de conferentie Scholen voor morgen 2007

Ruim 180 onderwijsgangmakers spraken op 19 en 26 november met staatsecretaris Sharon Dijksma en elkaar over de Kwaliteitsagenda PO ‘ Scholen voor morgen’. Deze gangmakers zijn de leraren, schoolleiders en anderen die direct rond de school of in de educatieve infrastructuur werken en bekend staan als trekkers van school- en onderwijsontwikkeling. Doel van de bijeenkomsten was het bespreken van de gezamenlijke agenda voor duurzame verbetering van het primair onderwijs."

U kunt hieronder het uitgebreide verslag downloaden.
Verslag conferenties Kwaliteitsagenda PO [PDF 85 Kb ]

M_titelpagina gangmakers Wat adviseerde u in 2007 de staatssecretaris?
Bekijk het filmpje

M_michael fullan Onderwijsdeskundige Michael Fullan vertelde over zijn opvattingen in één van de workshops.
Lees meer over de workhops

Toespraak staatssecretaris
Sharon Dijksma Beide bijeenkomsten openden met een toespraak van de staatssecretaris. 
Daarin benadrukte zij dat Nederlandse kinderen gelukkig zijn - en gelukkige kinderen zijn leergierige kinderen - en dat het Nederlandse onderwijs goed is. Maar nog niet alles gaat goed. Kinderen met een achterstand lopen die vaak niet in en de positie van Nederland in internationale vergelijkingen valt terug. Kortom, wat slecht is moet goed, wat goed is moet beter.

Taal en rekenen
Taal en rekenen staan centraal in de agenda. Gebrekkige beheersing daarvan blijkt immers vaak de belangrijkste blokkade om kinderen hun volledig potentieel waar te laten maken. Daarbij doet de Kwaliteitsagenda geen afbreuk aan de brede opdracht van scholen en hun autonomie om het onderwijs in te richten. Een focus op taal en rekenen kan in de praktijk goed gecombineerd worden met een rijke leeromgeving.
Taal- en rekenonderwijs kan echter effectiever. Pilots laten zien hoe dit kan en hoe snel het resultaat kan hebben. Effectief tijdgebruik en hoge eisen stellen aan het kind kunnen de resultaten een stuk verbeteren.

De kwaliteit van de leraar
De kwaliteit van de leraar bepaalt de kwaliteit van het onderwijs. Leraren kunnen meer van elkaar leren en zo een breder handelingspalet krijgen. Er is genoeg kennis over vakdidactiek en beproefde lesmethoden. Leraren moeten investeren in hun vakmanschap. Het actieplan Leerkracht schetst hoe de positie van de leraar en de schoolleider versterkt kunnen worden. Zij moeten zich kunnen concentreren op hun kerntaken, respectievelijk lesgeven en onderwijskundig leiderschap. Daarom wordt zijn investeringen in ondersteuning, bijvoorbeeld conciërges nodig. 

Referentieniveaus
Om de kwaliteit te kunnen verbeteren moet het kwaliteitsniveau bekend zijn. Scholen kunnen de aanwezige kennis over kwaliteit beter gebruiken. Leeropbrengsten moeten daarbij niet alleen met een eindtoets gemeten worden, maar continue, met een leerlingvolgsysteem. De gegevens van het leerlingvolgsysteem helpen om de prestaties binnen de school in kaart te brengen. Voor goede vergelijking van de prestaties worden referentieniveaus ontwikkeld. Deze moeten goed aansluiten bij de werkelijkheid op school. De Expertgroep Doorlopende Leerlijnen komt hierover in begin 2008 met een advies. 

De Kwaliteitsagenda wordt met het veld verder uitgewerkt en inhoud gegeven. Hiervoor wordt onder de vlag van de PO-raad een projectbureau kwaliteit opgericht, dat o.a. jaarlijks rapporteert en adviseert over de uitvoeringsstrategie.
Speakingnotes Dijksma bij de conferentie
Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs 'Scholen voor morgen' [PDF 118 Kb ]

RUR-debat: over het 'hoe'
Annemie Martens Op 19 november voerde Jozef Kok in de vorm van een RUR-debat gesprekken met Annemie Martens (algemeen directeur van PlatOO), Peter Sleegers (hoogleraar onderwijskunde) en Michael Fullan (hoogleraar aan de Universiteit van Toronto).

Annemie Martens vertelde dat de schoolleider een centrale rol heeft bij het vormgeven van de kwaliteit. De inspectie is als extern oog ook belangrijk bij het verbeteren van de kwaliteit. Schoolleiders moeten voortrekkers zijn bij het leren van en met elkaar. Zij koppelen initiatieven naar elkaar terug. 

Peter Sleegers legde uit dat de bewezen aanpakken allemaal gericht zijn op het primair proces, het leren van kinderen en de leerprestaties. Daarbij is van belang dat wordt aangesloten op de bestaande praktijk, er commitment en eigenarenschap is op alle niveaus en dat er sprake is van een focus op doelstellingen die niet worden verbreed. De rol van de wetenschap is om algemene kennis te leveren die situatiespecifiek kan worden ingezet. Externen moeten zich daarbij echt verbinden aan wat de school doet.

Michael Fullan lichtte toe dat de kunst van grote veranderingen bestaat uit het verbinden van centrale sturing en lokale flexibiliteit. De school moet eigenaar zijn van de verandering. De focus op taal en rekenen moet centraal worden vastgesteld. De referentieniveaus geven de doelstelling aan. Om die doelen te halen dient de kennis over wat werkt verspreid te worden. Schoolbesturen moeten bij het inhuren van externe expertise een langdurig partnerschap aangaan om hun doelstellingen te halen.
Lees de RUR-gesprekken

Bevlogen jonge leerkracht
M_job christians Na het RUR-debat stak jonge leerkracht Job Christians de aanwezigen een hart onder de riem met zijn enthousiasme over wat mogelijk is in het onderwijs. Er zijn veel barrières die energie en enthousiasme kosten, maar Job blijft geïnspireerd door zijn held op zoek naar ‘ja’ in het land van ‘nee’.
Bekijk het filmpje

Interview Marleen Barth
M_Marleen Barth in gesprek met Roel Weener Op 26 november werd Marleen Barth, voorzitter van het CNVO, door Roel Weener geïnterviewd. Zij vond de focus van de Kwaliteitsagenda ijzersterk. CNVO leden geven aan dat ouders te hoge verwachtingen hebben van de opvoedkundige taak van de school. De staatssecretaris zou hierin als poortwachter kunnen dienen. De leraar zou daarnaast moeten kunnen doorgroeien in de klas. Nu worden leraren na cursussen vaak IB-er, terwijl je zou willen dat ze met een grotere pedagogische gereedschapskist in de klas blijven.

Het uitgebreide interview vindt u in het verslag van 26 november (via onderstaande link).

Extra avondbijeenkomst
De zaal op 19 november was te klein voor de zoveel aangemelde gangmakers.
Daarom was er op 26 november een extra avond in Den Haag
Verslag van avondbijeenkomst 26 november

Actieve workshops en discussie
M_gangmaker 261107 De vier workshops van 19 november en de discussie met de staatsecretaris op 26 november hadden een aantal gemeenschappelijke uitkomsten:

  1. De focus op taal en rekenen is een goede die aansluit bij de beleving van het veld. Dit betekent echter niet dat de andere opdrachten van het onderwijs zomaar vergeten mogen worden. Scholen moeten de vrijheid behouden om hierin de eigen keuzes te maken.
  2. Er is behoefte aan referentieniveaus die duidelijkheid bieden aan wat leerlingen moeten leren. De uitwerking van hoe dit moet gebeuren moet aan de school zelf worden overgelaten.
  3. Tijdgebrek is een groot probleem bij vernieuwingen en cursussen. Leraren moeten vervangen worden en dat is vaak lastig. Er is ook behoefte aan meer tijd per kind.
  4. Leraren moeten en willen van elkaar leren. Mogelijkheden hiervoor zijn videointeractiebegeleiding en collegiale visitatie. Belangrijk is de focus op het primaire proces, niet alleen voor de verbetering van het onderwijs van de leraren maar ook voor het verbeteren van de aansluiting tussen het onderwijs van leraren. In ruil voor ondersteuning met tijd en geld kunnen duidelijke resultaten worden geëist.
  5. Het pabo onderwijs moet beter. Dit kan ook door pabostudenten meer naar de scholen te halen, bijvoorbeeld in opleidingsscholen. Kennis en vaardigheden vragen meer aandacht op de pabo’s. Ook de instroom op pabo’s zou eigenlijk beter moeten.
  6. Kwaliteit kent veel zichtbare maar niet meetbare kwaliteitselementen. Voor deze niet meetbare kanten van het onderwijs moet ook aandacht zijn.
  7. Hoge eisen stellen aan kinderen is belangrijk, daardoor leren ze meer. Leren geeft kinderen zelfvertrouwen en is leuk.
  8. Meer academici op school, hun analyse- en onderzoeksvaardigheden zijn noodzakelijk voor betere kwaliteitsbewaking.
  9. Maak meer gebruik van de diverse kwaliteiten in het schoolteam, bevorder combinatiefuncties.
  10. De resultaten van het leerlingvolgsysteem (LVS) moeten beter worden gebruikt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Nu analyseert slechts een zeer klein deel van de scholen de trends in de resultaten.
  11. De basis van het leraarschap is trots, de bevlogenheid en de morele dimensie van de beroepsgroep. Het is wel van belang dat de diversiteit tussen leraren benoemd wordt en dat niveauverschillen gekoppeld worden aan beloningssystemen. Talentontwikkeling moet gestimuleerd en gewaardeerd worden. Bekwaamheid moet worden bijgehouden en in registers worden vastgelegd.

  12. Lees meer over de workshops

    Plenaire afsluiting
    Op 19 november sprak de staatssecretaris een slotbeschouwing uit. Op 26 november beantwoordde ze vragen uit de zaal. Ze stipte daarbij nog de volgende nieuwe punten aan:

    • De overheid moet zeer terughoudend zijn met de taken die bij het onderwijs worden neergelegd. De focus op taal en rekenen moet in stand blijven. 
    • Het pedagogisch klimaat is cruciaal voor de kwaliteitsagenda. Leerlingen moeten in een goed klimaat kunnen leren. 
    • De kwaliteitsagenda past ook binnen passend onderwijs. De ketenaanpak en het individueel verhogen van de leeropbrengsten zitten ook in deze agenda. Het onderwijs moet passend worden gemaakt voor de kinderen. Je zou passend onderwijs, de Kwaliteitsagenda en het actieplan Leerkracht als een drieslag kunnen zien. Ze liggen in elkaars verlengde.
    • Over de kwaliteitsagenda blijven wij communiceren. Alle gangmakers krijgen de aangepaste versie van de agenda en het verslag van de twee bijeenkomsten. Via het internet, maar ook op andere manieren, blijven wij over de Kwaliteitsagenda in contact.

    De plenaire afsluiting: hoe nu verder Scholen voor morgen?
© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact