Basisonderwijs  
School aan zet
Lezen, leesproblemen en dyslexie

SWV Echt eo

Goed leesonderwijs is het speerpunt van het Limburgse samenwerkingsverband Wsns Echt e.o. Alle leerkrachten van alle twintig scholen zijn over vier jaar hierin nageschoold. Ook worden of zijn er op alle scholen leesspecialisten opgeleid. ‘Ons doel is: geen kind gaat van school zonder AVI-9.’


‘Op onze school hadden we geen goede methode voor voortgezet technisch lezen. Nu hebben we Estafette ingevoerd. We werken hiermee klasdoorbrekend, met tutorlezen en gerichte instructie voor zwakke lezers’, vertelt René Smeets, adjunct-directeur en intern begeleider op basisschool De Draaiende Wieken in het Limburgse kerkdorp Posterholt. ‘Alle leerkrachten volgen een tweejarige nascholing’, vult Monique Hukkelhoven, intern begeleider op dezelfde school, aan. ‘Wij als ib’ers hebben een cursus leesspecialist gedaan, wij houden de resultaten bij en schrijven het leesplan.’ De invoering van Estafette blijkt een gouden greep te zijn. ‘De kinderen hebben er veel plezier in. Van kwart voor negen tot half tien zitten onze leerlingen door elkaar, kinderen uit de bovenbouw lezen samen met kinderen uit de onderbouw, en de leerkrachten en ib’ers begeleiden de zwakke lezers in kleine instructiegroepjes,’ vertelt René. ‘De resultaten schieten omhoog. In de twee jaar dat we nu met Estafette bezig zijn hebben we voor elkaar gekregen dat eind groep 6 alle kinderen niveau AVI-9 hebben en het aantal kinderen met een D-of E-score op de AVI-toets is bijna gehalveerd.

Inventarisatie
Goed leesonderwijs is een van de twee speerpunten van het samenwerkingsverband Echt en omstreken, waartoe De Draaiende Wieken behoort. Het samenwerkingsverband is relatief jong, vier jaar geleden maakte het nog deel uit van het grote samenwerkingsverband Wsns Midden-Limburg. ‘We werken “bottom up” en met een groot draagvlak voor ontwikkelingen’, vertelt Mara Verstappen, coördinator van het swv Echt e.o. ‘We zijn gericht op onderwijskundige ontwikkeling die leidt tot beter onderwijs en dus betere zorg.’
Het nieuwe samenwerkingsverband voerde een inventarisatie uit bij de twintig aangesloten scholen, waarbij werd gevraagd op welke gebieden ondersteuning nodig was. Veel scholen bleken vragen te hebben over het leesonderwijs. Ook een analyse van gegevens van het zorgplatform wees uit dat het leesonderwijs meer aandacht moest krijgen. ‘Daarom hebben we van leesonderwijs een speerpunt gemaakt’, vertelt Mara. ‘Toen we het zorgplan maakten voor het nieuwe samenwerkingsverband, hebben we besloten ons op twee speerpunten te richten. Dat is een beperking, maar het blijkt een goede beslissing. Het gaat bij leesonderwijs om de ontwikkeling van leerkrachtgedrag, maar dat geldt niet alleen voor lezen. Het verbreedt zich vanzelf, naar spellen en naar rekenen. Bij beide speerpunten – het andere is zorgadviesteams - zien we zo’n verbreding.’ Het samenwerkingsverband wordt in de uitwerking van het speerpunt lezen ondersteund door Fontys Opleidingen Speciale Onderwijszorg en het Expertisecentrum Nederlands Nijmegen.

Leerkrachtdeskundigheid
‘De scholen formuleren hun leesplan op basis van hun eigen doelen en perspectieven binnen de kaders van het samenwerkingsverband’, vertelt Martien Tonnaar, directeur van de SBO-school De Horst en voorzitter van het zorgplatform. De kaders zijn afgesproken in de stuurgroep Lezen. Deze stuurgroep is na de inventarisatie ingericht om het leesonderwijs te optimaliseren. ‘Het streven is dat geen enkel kind de school verlaat zonder dat het op niveau AVI-9 kan lezen’, zegt Mara. ‘Om dat doel te bereiken moet de deskundigheid van de leerkracht verbeteren. Er moeten leesspecialisten zijn die het leesonderwijs op een school coördineren en de leerkrachten kunnen coachen. Onze insteek is gericht op de mensen in de school. De deskundigheidsbevordering is zowel voor leerkrachten, ib’ers, leesspecialisten en directeuren bedoeld.’ Daarom is besloten nascholing te organiseren voor leerkrachten – deze komen bijeen in een onderbouw- en een bovenbouwgroep – en scholingsbijeenkomsten voor leesspecialisten, ib’ers en directeuren. De nascholing wordt georganiseerd en gefinancierd door het samenwerkingsverband. ‘Binnen vier jaar willen we dat alle leerkrachten een cursus hebben gevolgd’, zegt Martien. ‘Ook de leerkrachten die nog maar een jaar of twee voor de boeg hebben. Ook zij moeten goed leesonderwijs geven.’ Voor het geven van de cursus zijn een coördinator en docenten aangetrokken die vraaggestuurd werken. ‘Dat is heel belangrijk’, benadrukt Mara. ‘Waar is de school mee bezig, wat is er al gebeurd, waar zet je op in. Bij sommige scholen, zoals De Draaiende Wieken, gaat het om het handelen van de leerkracht in de klas, het voorkómen van leesproblemen. Andere scholen hebben dat goed op orde, maar hebben niet de juiste materialen of de juiste aanpak voor uitvallers. We weten hoe goed leesonderwijs eruit ziet, nu moet het vertaald worden naar de praktijk in de klas.’

Schoolbezoeken
Een aantal scholen heeft op een algemene studiedag van het samenwerkingsverband hun ‘good practice’ gepresenteerd. Dat was zeer inspirerend en motiverend, vertellen René en Monique. Een van de effecten is dat de scholen meer en meer bij elkaar op bezoek komen om de getoonde ‘good practice’ in werking te zien. ‘Leren van en met elkaar is vaak zo’n mooi voornemen dat niet wordt uitgevoerd’, zegt Martien. ‘Maar hier gebeurt het wel, omdat de scholen vanuit concrete vragen naar elkaars praktijk kijken. Dan zie je “hé, die school werkt met Estafette, en met resultaat”. Dat is een prikkel om werkelijk van elkaar te leren.’ Het samenwerkingsverband gaat zich met die onderlinge bezoeken ook niet bemoeien, zegt Mara. ‘Ik kan best een schoolbezoek organiseren. Maar het is veel beter als scholen dat zelf doen.’ In de toekomst is het wel de bedoeling dat er kwaliteitscirkels worden opgezet, zegt Martien. ‘Als deze scholingsronde is afgelopen zijn er weer nieuwe leerkrachten, er zijn nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen, er zal blijvend behoefte zijn om vernieuwingen uit te wisselen.’ Ook moet de opgedane expertise onderhouden worden en uitgebreid. ‘Alle leerkrachten moeten weten hoe de doorgaande leerlijn eruit ziet,’ zegt Martien. ‘Bovendien gaan de scholen zich ook op andere terreinen, zoals het rekenonderwijs en de zaakvakken.’ Dat wordt bevestigd door René: ‘Wij werken nu ook klasdoorbrekend  met rekenen.’ Martien ziet in de ontwikkeling die de scholen doormaken ook een opdracht voor het sbo. ‘Als het goed is zullen er minder leerlingen vastlopen in het regulier onderwijs. Daarom moeten we in het sbo nog meer expertise in huis hebben voor de kinderen die we wel binnenkrijgen. Mijn ideaal is een school met vooral jonge leerlingen die ook weer teruggeplaatst worden.’

Afstemming
In de loop van het traject bleek dat de afstemming tussen de leerkracht, de leesspecialist en de directeur hier en daar niet optimaal was. ‘Daarom hebben we een extra bijeenkomst voor directeuren en leesspecialisten ingelast’, vertelt Mara. ‘Samen met een deskundige hebben we gekeken naar het schoolspecifieke leesplan.’ Om de beleidsontwikkeling op de scholen te volgen, is de Dyslexiemonitor ingezet. Dit webbased instrument voorziet in een nulmeting en een aantal cyclisch terugkomende metingen. Inmiddels hebben alle scholen de Dyslexiemonitor ingevuld en vindt er afstemming plaats met het organisatorisch zorgcontinuüm van Struiksma. Om dit goed te laten verlopen, hebben alle scholen de Quickscan Dyslexie, een digitale versie van het organisatorisch zorgcontinuüm, ingevuld. ‘Het gebruik van de dyslexiemonitor moet zijn afgestemd met de ontwikkelpunten die iedere school in het leesplan heeft opgenomen’, zegt Martien. ‘Het invullen van de vragenlijsten is veel werk. Scholen moeten ervaren dat het hen ook iets oplevert, namelijk daadwerkelijk ondersteuning in hun ontwikkeling naar nóg beter leesonderwijs.’

School aan zet, juli 2008

  


© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact