Basisonderwijs  
School aan zet
Diepteproject ‘Anders leren’ binnen het domein begrijpend lezen

Dobbelsteen in Sevenum

Geen enkele methode blijft actueel, zorgt voor leesplezier en regelt een ontspannen leesomgeving. Als we dat belangrijk vinden, kunnen we beter zonder methode voor begrijpend lezen aan de slag, vindt het team van basisschool De Dobbelsteen in het Limburgse Sevenum.



Lezen is belangrijk in basisschool De Dobbelsteen in Sevenum. Ieder lokaal heeft een leeshoek, waarin leesboeken liggen, informatieboeken, strips, tijdschriften, door de leerlingen gemaakte boekjes en kranten, waar een nieuwsmuur is, een ‘moeilijke woorden’-muur, een ‘gezegden’-muur. ‘We willen dat kinderen plezier beleven aan lezen’, legt Hubertien Broekaart, directeur van De Dobbelsteen, uit. ‘In een leeshoek kan ieder kind iets van zijn gading vinden.’

Flippo’s
De Dobbelsteen werkt niet met een vaste methode voor begrijpend lezen. Het idee om de methode los te laten ontstond vier jaar geleden. Toen kwamen er twee ontwikkelingen bij elkaar. ‘Onze methode voor begrijpend lezen was aan vervanging toe’, vertelt Hubertien. ‘De kinderen vonden het niet leuk, het was saai, en ook gedateerd. Wie spaart er nu nog flippo’s? Tegelijk wilden we een eigen visie ontwikkelen. Het is belangrijk voor een school dat er een heldere visie is op onderwijs, die door alle leerkrachten wordt gedeeld, en dat ontbrak op De Dobbelsteen.’ Met het team ging Hubertien aan de slag om een visie op leesonderwijs te ontwikkelen. ‘Je kunt wel een paar methodes voor begrijpend lezen naast elkaar leggen, en er eentje kiezen die je aanspreekt, maar dan heb je kans dat het na een paar jaar weer niet voldoet. Daarom hebben we eerst een visie omschreven. Wat willen we? Wat vinden we zelf belangrijk?’ Uit de gesprekken met het team kwam naar voren dat de ideale methode voldoet aan veel voorwaarden: tussendoelen geletterdheid, doorgaande lijn van groep 1 tot en met groep 8, vaste routines, zoals een leestafel en een nieuwsbord in alle groepen, materiaal op niveau voor individuele leerlingen, aandacht voor leesplezier, actualiteit, afwisseling van werkvormen, aandacht voor de leesomgeving. ‘Dan blijkt dat geen enkele methode aan alle eisen voldoet’, zegt Hubertien. ‘Een methode die nu actueel is, is over een paar jaar verouderd. Leesplezier en een krachtige leesomgeving moet je als leerkracht altijd zelf organiseren. Dus toen werd de vraag opgeworpen: willen we wel een methode? Of willen we iets anders?’

Teksten
Op dat moment bood Onderwijsbegeleidingsdienst BCO, die De Dobbelsteen ondersteunt bij de schoolontwikkeling, de school aan deel te nemen aan een pilotproject ‘Anders leren’, een vorm van ontwikkelingsgericht onderwijs. Besloten werd om op De Dobbelsteen ‘anders leren’ vorm te geven binnen begrijpend lezen. De pilot ging van start in februari 2006. Er werden tien dagdelen uitgetrokken voor het experiment, vijf voor rekening van BCO, vijf te betalen door de school. In deze dagdelen werden de leerkrachten geschoold en gecoacht. ‘De bijeenkomsten waren vooral praktisch, ter voorbereiding van de leesles. Want als je zonder methode werkt, waar haal je dan je teksten vandaan?’ vertelt  Miriam Krijnsen, onderwijsadviseur bij BCO. ‘Maar teksten zijn overal. Het was opvallend hoe creatief men werd, de leerkrachten verzonnen zelf teksten, gingen samen met de kinderen een krant maken, daar reageerden ouders dan weer op.’ Er werd een ‘leesmat’ ontwikkeld, een overzicht waarin puntsgewijs per groep de tussendoelen, de werkvormen, de routines en de leesstrategieën zijn opgesomd. Ook werd afgesproken dat we de ontwikkeling van de kinderen goed zouden volgen en dat we nauwkeurig gingen registreren wat leerkrachten deden in de groep. Hubertien: ‘We hebben het eerste jaar heel veel ruimte genomen voor de verkenningsfase. We hebben veel gepraat over wat we belangrijk vinden in het leesonderwijs. Leerkrachten konden dingen uitproberen. En we hebben ook gezegd dat als het niet gaat, we toch een methode aanschaffen.’ Miriam vult aan: ‘Dat die ruimte er was is heel belangrijk geweest voor het draagvlak binnen de school.’

Verdiepen
In het schooljaar 2006-2007 was de insteek vooral het op de rails zetten van activiteiten. Dit schooljaar, 2007-2008, gaat de aandacht naar verdiepen. Deze verdieping is als ‘diepteproject’ gefinancierd door het Platform Kwaliteit en Innovatie. ‘Onze visie werd duidelijker’, vertelt Hubertien. ‘We hebben vijf belangrijke aspecten bij ontwikkelingsgericht werken geformuleerd: respect voor het kind, voorbereide leeromgeving, ontspannen omgeving, de rol van de leerkracht en het volgen van ontwikkeling.’ Met KPC Groep is een analyse gemaakt van de hiaten in de gang van zaken in de klas. ‘Als je de ontwikkeling van een kind wilt volgen, moet je wel de leerlijnen kennen. Dat ontbreekt soms‘,  vertelt Miriam. ‘Ook blijkt dat bij sommige groepen te weinig werd gewerkt met leesstrategieën. Sommige leerkrachten vinden het moeilijk om goede doelen vast te stellen. Differentiatie blijkt een lastig punt. Ook bij zwakke lezers willen we werken met teksten die deze kinderen aanspreken, maar in sommige klassen krijgen zij nog teveel begeleiding vanuit de oude aanpak, rijtjes oefenen op de computer bijvoorbeeld.’

Leerlijn
Een van de opbrengsten van het project ‘Anders lezen’ is een overzicht van de leerlijn begrijpend luisteren (groep 1 en 2) en begrijpend lezen (groep 3 tot en met 8). Hierin staat omschreven welke doelen, activiteiten, materialen en cruciale leermomenten op welk moment van toepassing zijn. ‘Hierin is ook zichtbaar wat kinderen lastig vinden. Aan die onderdelen schenken we dan extra aandacht’, vertelt Hubertien. ‘Het hele leesonderwijs is vernieuwd’, vult Miriam aan. ‘Ook in groep 3 is de leesmethode losgelaten. Voor de leerkracht van groep 3 is dat een hele stap geweest, zij voelt zich er toch verantwoordelijk voor dat kinderen leren lezen. We hebben de overstap samen voorbereid, en het gaat goed. Deze leerkracht heeft nu een draaiboek ontwikkeld waarin zij de onderwijsvisie van ‘Anders lezen’ heel praktisch heeft uitgewerkt voor groep 3.’

Communicatievaardigheden
Een belangrijke succesfactor is de cultuur van de school, vindt Hubertien. ‘Niet alles hoeft perfect, daar moet je niet aan beginnen. Fouten maken mag. Het gaat erom dat je een cultuur van ‘leren’ organiseert. Ook de worsteling, het zoeken naar de visie, de tijd nemen voor bezinning, dat hoort ook bij die cultuur.’ Ook is het belangrijk om niet alles dicht te timmeren in plannen, om ruimte te houden voor een eigen invulling van leerkrachten. ‘De leerkrachten hebben hun eigen visie op leren en lezen kunnen ontwikkelen’, zegt Miriam. ‘Die visie was er niet van tevoren, die is al werkend ontstaan.’ Hubertien vindt dat het tijd wordt voor een volgende stap. ‘Ikzelf, als schoolleider, moet de visie op ontwikkelingsgericht werken met kinderen ook toepassen op leerkrachten. Hoe zorg ik voor een voorbereide leeromgeving voor het team?’ Daarnaast willen Hubertien en Miriam inzetten op het verbeteren van communicatievaardigheden bij leerkrachten. ‘Het werken vanuit de leerling vraagt om andere leerkrachtvaardigheden’, zegt Hubertien. Ook wil zij volgend schooljaar meer aandacht voor zwakke lezers. ‘Nu is het zo dat de goede lezers meer profiteren van ons onderwijs dan de zwakke. Daar gaan we mee aan de slag.’ 

School aan zet, juli 2008

 


© PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact